Logo HdS
< Terug naar publicaties

HdS Thuisbegeleiders steun en toeverlaat

Tot voor kort heette het gespecialiseerde verzorging, tegenwoordig thuisbegeleiding, een naam die de lading beter dekt. Want het is precies wat het thuisbegeleidingsteam van de HdS in Barneveld doet: psychosociale ondersteuning bieden in het gezin.

De teamleden lopen mee met dagelijkse bezigheden en sturen ondertussen bij, geven adviezen en doen nog legio andere dingen. Zoals Video Home Training in gezinnen waar de ouders de regie niet meer in handen hebben of ze geven hulp aan moeders die hun huishouden niet goed op orde kunnen houden.

,,Een diversiteit aan hulpvragen’’, bevestigt Jaap van der Meiden, directeur van de HdS. ,,Het is veel meer dan een wekelijks gesprekje met een maatschappelijk werker. In dit geval lopen de medewerkers gewoon een paar uur mee in het gezin. Wekelijks of tweewekelijks, tot het niet meer nodig is.’’

Van der Meiden maakt zich zorgen. ,,De thuisbegeleiding staat onder druk. Er wordt sterk bezuinigd op de AWBZ, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Vanaf 1 januari worden geen indicaties meer afgegeven. Gelukkig kunnen we met hulp van de gemeente nog wel doordraaien, maar garanties dat het zo doorgaat, hebben we niet. Het zou jammer zijn als deze werksoort verdwijnt. Je voorkomt er vaak mee dat gezinnen verder achteruit gaan of dat zwaardere maatregelen nodig zijn. Bureau Jeugdzorg bijvoorbeeld maakt ook veel gebruik van thuisbegeleiding. Vanwege de belangrijke rol die de medewerkers kunnen spelen in het ondersteunen en creëren van een goed opvoedingsklimaat.’’

Inmiddels is ook een aantal vrijwilligers beschikbaar voor hulp in de thuissituatie. Ze doen dat onder begeleiding van de professionele thuisbegeleiders.

HdS Thuisbegeleiders Els Mulder en Marlien van de Bunt hebben ieder hun vaste adressen waar ze met de regelmaat van de klok op bezoek gaan. Ze bouwen een relatie op met de gezinnen waar ze aan huis komen, vaak een hechte vertrouwensband. ,,We dringen in de privésfeer binnen, zo komen we dichter bij de bron en kunnen we het gezin veel gerichter ondersteunen.’’ Verslaggever Annelies Barendrecht volgde Els en Marlien tijdens hun werk in vier verschillende situaties.

‘Ik had geen doel meer om voor te leven’

Toen het vijfde en daarmee het laatste kind het ouderlijk nest verliet, ging het mis met Renske van de Kamp (59). Ruim twee jaar geleden trouwde haar jongste zoon, het huis werd leeg. Renske had last van ‘het lege nest syndroom’, zo heette het. Het gevoel dat je rol als moeder is uitgespeeld.

,,Ik had het gevoel dat ik geen doel meer had om voor te leven’’, legt de vriendelijke moeder en grootmoeder van acht kleinkinderen uit. ,,Ik werd depressief en héél erg angstig. Veertien jaar geleden verongelukte onze zoon. Ik had toen hulp nodig bij de uitvoering/sturing van het huishouden. Ook had ik veel behoefte aan een praatpaal. De overeenkomst met nu is dat ik toen ook met leegte en gemis te maken had.’’

Evenals in 1997 was het Marlien van de Bunt die Renske en haar man Piet ondersteunde in een lang en moeilijk proces. ,,We zijn begonnen met weer een dagritme aan te brengen’’, legt Marlien uit. ,,Dat was helemaal zoek, alles was even moeilijk. Ik was af en toe de wanhoop nabij. Hoe moest dit ooit weer goedkomen, vroeg ik me af.’’

Het kwam in eerste instantie niet goed. Renske werd opgenomen. Drie maanden later was ze weer thuis. De opname had haar niet gebracht waar men op gehoopt had: een sterke verbetering van haar problemen. Opnieuw kregen ze hulp van Marlien. Dit keer ging het beter. Renske kreeg betere medicijnen, en ze werd ondersteund door een groep vrijwilligers die altijd in de buurt waren om haar angstaanvallen op te vangen.

Piet werkte dan wel niet ver weg, maar kon onmogelijk de hele dag zijn vrouw ondersteunen. De vijf vrijwilligers speelden een cruciale rol. Ze deden hele gewone dingen met haar, zoals wandelen en koffie drinken. Renske: ,,Na verloop van tijd ging ik steeds meer dingen zelf doen. Sterker nog, ik ben zelf vrijwilligerswerk gaan doen.’’

Marlien kwam twee keer in de week langs. Op dit moment bouwt ze haar begeleiding af, want Renske staat inmiddels aardig stevig in haar schoenen. ,,Marlien was een grote steun en toeverlaat’’, zegt Renske dankbaar. ,,Het belangrijkste is dat ze altijd naast me is blijven staan. Er is een groot wonder gebeurd, ik voel me weer zo goed.’’

Naast Marlien waren ook haar geloof en de steun van haar man en ouders van groot belang, benadrukt Renske. Ze is zelfs zover dat ze de dieptepunten in haar leven een plaats kan geven. ,,Ik ben door een ontzettend diep dal gegaan. Maar de HEERE heeft me eruit gehaald, beproefd en gelouterd.’’

‘Ik heb de boel weer op de rit’
Lia Jansen (36) en haar man hebben zes kinderen in de leeftijd van tien tot anderhalf. Met acht mensen in een doorsnee eengezinswoning is het een hele klus om het huis ook maar enigszins opgeruimd te houden. Maar bij Lia liep het uit de hand. ,,Het werd een beestenbende’’, omschrijft ze de chaos in huis. En als het dan tè erg uit de hand liep, ging ik schelden en tieren. Tot een zusje tegen haar zei: ‘Lia, dit kan niet langer. Je kan het niet meer aan. De familie maakt zich zorgen, je bent depressief.’

In eerste instantie werd gedacht aan een postnatale depressie. Ze had immers net haar jongste zoon gekregen. ,,Maar bij de Thuisbegeleiding vermoedden ze dat er iets anders aan de hand was. Ze had gelijk. De GGZ Meerkanten constateerde dat ik ADHD heb, dat was nooit ontdekt want bij mij thuis was alles heel strak geregeld. Met een gezin met elf kinderen moest dat wel. Ik moest er in de pas lopen, en dat is goed voor een kind met ADHD.’’

Eenmaal zelf moeder legde ze zichzelf op om haar eigen gezin net zo strak te organiseren als vroeger bij haar thuis. ,,Dat viel tegen. Met twee kinderen die ook ADHD hebben, was dat gewoon niet doenlijk.’’ En dus werd de hulp van de thuisbegeleiding ingeroepen in de persoon van Els Mulder en haar collega Mariska van de Kamp. ,,We zijn begonnen om orde in de chaos te scheppen. Op tijd opstaan bijvoorbeeld, rustig de dag beginnen met beide ouders een eigen taak. En daarnaast zijn we gaan werken aan het negatieve zelfbeeld van Lia. Ze had jarenlang theater gespeeld. Altijd maar even vrolijk, niets was haar teveel. Iedereen kon altijd op haar rekenen.’’ Lia zucht maar eens. ,,Ik had altijd roofbouw op mezelf gepleegd. Iedereen dacht dat ik alles kon, bij mij kon alles. Nu begrijp ik dat ik dat ik waardering zocht. Maar ondertussen ging het dus helemaal mis. Ik stel nu beter mijn grenzen, dankzij Els. Ik communiceer beter, vooral met mijn man en ouders. Mijn man is veel behulpzamer, neemt me nu serieus. Kortom, ik heb mijn leven weer op de rit. Ik zal nooit supernetjes worden, maar dat kan ik nu accepteren van mezelf.’’

‘Ik voelde me falen als moeder’
Bij Hadassa (31) en haar man was het twee jaar geleden niet meer gezellig thuis. Hun oudste zoon Rutger (nu 11) was driftig en dominant. Hij luisterde niet thuis en kon niet vertellen wat hem dwars zat. ,,Als ouders wisten we niet beter, we accepteerden hem zoals hij was, ondanks zijn onaangepaste gedrag. We gingen ons pas zorgen maken toen ze op school aan de bel trokken. ‘Hij loopt weg uit de les of hij gaat onder de tafel zitten. Dat is niet normaal’, zeiden ze. Bureau Jeugdzorg adviseerde praktische ondersteuning in de thuissituatie, dat is Marlien van de Bunt van de thuisbegeleiding van de HdS geworden.’’

,,Die begeleiding heeft ons de ogen geopend. We hadden te veel regels thuis’’, constateerde Marlien, op basis van een aantal gesprekken en Video Home Training. ,,En we bedachten te vaak verschillende oplossingen voor problemen omdat we gewoon niet meer wisten wat we moesten doen. We hadden bijvoorbeeld als regel dat je tijdens het eten aan tafel moet blijven zitten. Als de telefoon dan ging, was het hup van tafel. Voor Rutger werd het er zo niet duidelijker van. Nu moeten de kinderen eerst vragen of ze van tafel mogen, zo weten ze waar ze aan toe zijn.’’

,,Eigenlijk zat de onrust bij Hadassa’’, legt Marlien uit. ,,In feite heb ik niets met Rutger gedaan. Uit de videobeelden van gewone gezinssituaties bleek al snel dat er overal allerlei dingen ruzie ontstond. Over wie de tafel af moest ruimen of over al dan niet onder de douche gaan. Hadassa ging helemaal op slot als het moeilijk werd en was dan geneigd om maar toe te geven.’’

,,Ik kon moeilijk met ruzies en teleurstellingen omgaan, neemt Hadassa het gesprek over. ,,Ik voelde me dan falen als moeder. De oorzaak zat in mijn eigen kwetsbaarheid die weer terug te voeren was naar mijn eigen opvoeding.’’

Rutger blijkt hoogbegaafd te zijn, maar emotioneel is hij jong voor zijn leeftijd. ,,Hoofd en hart schuren’’, volgens Marlien. ,,Maar het gaat goed met het gezin. Vooral Hadassa heeft hard aan zichzelf gewerkt. Ze is rustiger en zekerder en dat heeft effect op haar gezin. We hebben vier maanden hard gewerkt; ik heb het gezin in het begin heel regelmatig bezocht, sinds afgelopen voorjaar kom ik er minder vaak. Hadassa heeft nu genoeg handvatten om conflicten te hanteren en om ze niet zo emotioneel te ervaren. En met Rutger gaat het prima. Hij heeft op de Kanjertraining gedaan, een sociale vaardigheidstraining waar je leert hoe je je sociaal dient te gedragen. Zo heeft hij sorry leren zeggen, heel belangrijk, ook voor thuis.’’

‘Els is mijn aanspreekpunt’
Ana en Isabelle Seke vormen een anders dan ander gezin. Moeder en dochter waren acht jaar van elkaar gescheiden omdat Ana als zestienjarige haar moederland Angola moest ontvluchten, met achterlating van de toen tweejarige Isabelle. Twee jaar geleden werden ze herenigd. Maar gemakkelijk werd het leven toen niet voor het tweetal. Isabelle bleek niet op een gewone school te kunnen functioneren en heeft medische problemen. Ook Ana had haar leven niet op de rit. Geen werk, geen goed huis, problemen met het runnen van een huishouden en het beheren van haar financiën. Kortom, er moest hulp komen.

,,Ik kom hier al vanaf 2006’’, zegt Els Mulder. ,,Ik ben er ongeveer twee uur in de week. In die tijd help ik Ana met het schrijven van brieven, het maken en nakomen van afspraken, haar administratie en haar bankzaken. Regelmatig moet ik aanvragen doen bij de gemeente voor regelingen die van toepassing zijn op hun situatie. Schoolvervoer van Isabelle bijvoorbeeld.’’

Eigenlijk is Els een soort ouder in het gezin. Zo gaat ze bijvoorbeeld mee naar schoolgesprekken of naar de huisarts en heeft ze regelmatig contact met de psycholoog waar Ana en Isabelle in behandeling zijn. ,,Ze zullen altijd een vorm van hulp nodig blijven houden’’, verwacht Els. ,,Ana is heel sterk. Ik help haar zo zelfstandig mogelijk te worden, maar helemaal alleen kan ze het niet. Het mooiste van mijn werk is uit te zoeken waar mensen behoefte aan hebben en wat ze nodig hebben om zo zelfstandig mogelijk en gelukkig te leven. Met Ana en Isabelle gaat het nu goed. Ze zijn echt moeder en dochter geworden.’’

Afgezien van de namen van Els, Marlien, Ana en Isabelle, zijn alle namen om privacyredenen veranderd.Thuisbegeleiders van de HdS in Barneveld. Van links naar rechts: Mariska van de Kamp, Marlien van de Bunt, Gerda Korevaar en Els Mulder



17 oktober 2009, Barneveldse krant